|
Kalleping
een
berglopersbegrippenlijst
Aa
Aardpijpsurfen
Onzekere afdaling van een aardpijp.
Alcohol
Toponiem (I, II en III).
Ancienne Brasserie
Gangenstelsel aan de Noordzijde van de Sint Pietersberg.
Annie
Gidsenjargon.
Virtuele VVV-cassière van het Zonneberggangenstelsel.
Bb
Bakken
Het opladen van een electrische lamp.
Bèrreg
Dialect voor heuvel (Nl: Berg), maar ook voor de Onderaardse Kalksteengroeven die zich daarin
bevinden.
Bergjas:
Kledingsstuk dat afgestemd is op het gebruik in mergelgroeven. Doorgaans een
warme jas met veel zakken.
Bergkloompe
Schoenen die je altijd aantrekt op een bergtocht. Vaak zijn dat stevige
wandelschoenen.
Bergloper
Van het Maastrichtse woord 'Bèrregloaper' het bezoeken van Onderaardse
Kalksteengroeven als tijdverdrijf. Onderzoek doen kan een variatie daarop zijn.
Gewoonlijk groeit deze hobby uit tot een passie.
Bergmenneke
Een van 10 uitverkorenen.
Bergsloper
Bezoekers van het ondergrondse die rücksichtloos omspringen met het ondergrondse
landschap.
Bergtamtam
Doorgeefluik van doorgaans mondelinge en onbevestigde informatie. Zowel
ondergrondse als bovengrondse samenscholingen van berglopers zijn verdacht.
Kamers in de berg en horecagelegenheden op en nabij de berg zijn bekende
broeinesten van dit roddelcircuit. U bent gewaarschuwd!
Bergteken
Berregteike. Een persoonlijk monogram van een bergloper. Volgens oud gebruik heeft
elke bergloper een eigen monogram.
Bergvolk
Iedereen die berg regelmatig bezoekt, uitgezonderd de incidentele bezoekers. Berglopers, gidsen,
beheerders, vergunninghouders.
Blokbreken
Het ontginnen van een onderaardse kalksteengroeve; meestal met als doel het
produceren van bouwsteenblokken van kalksteen (mergel) en/of het losgewerkte
gruis.
Blokbreker
Iemand die een kalksteengroeve ontgint; blokken breekt en/of het kalkgruis
los werkt.
Botsgang
Doodlopende
gang. Zie ook 'kamer'.
Bouwvalle vaan Noord
Het instortingsgebied van het Noordelijk gangenstelsel. Ook wel 'Zandbak'
genoemd in Gidsenjargon.
Cc
Caestert
Caestert gangenstelsel, Sint Pietersberg.
Carbidlamp
Lamp die door het vermengen van water met carbid acetyleengas produceert. Dit
gas verbrandt met lucht onvolledig waardoor een kwalmende felgele vlam ontstaat.
Geeft daardoor een alomgewaardeerd sfeerlicht. Daarnaast bieden de roetsporen
die deze lampen achtergelaten hebben een mogelijkheid om de gang te dateren.
Carbid is pas in 1836 ontdekt, de eerste lampen werden pas omstreeks 1895
gemaakt.
Centrum
Middengedeelte van een
gangenstelsel.
Dd
Duivelsgrot
Of wijngaardsgroeve.
Klein gangenstelsel aan de Jekerzijde van de Sint Pietersberg.
Ee
Eerste Nederlandse Cement
Industrie (ENCI)
Cementfabriek die de Sint Pietersberg voor een aanzienlijk deel heeft
afgegraven. Circa 70% van de gangen in de Sint Pietersberg zijn bij de
bedrijfsvoering van dit bedrijf verdwenen. Er resteert nog slechts een 'holle
kies'. Anderzijds heeft dit bedrijf groevenonderzoek mogelijk gemaakt voordat
gangen werden verwoest.
Ff
Gg
Gidsenjas
Een kledingsstuk dat steeds gedragen wordt door een gids bij het uitoefenen van
zijn vak.
Gleujende nagel
Licht van een zwaklamp. Zie aldaar.
Groeve
Een uitdelving door mensen ontstaan. Er zijn twee typen: Dagbouwgroeven
en mijnbouwgroeven. De eerste bevindt zich aan de oppervlakte. De tweede is
ondergronds. Zie ook Mergelgroeve.
Groevenlijst
Een lijst met groeven. Soms ook een afvinklijst van reeds bezochte groeven. Zie
ook 'obsessiegroeve'.
Groevenstudie
Het vergaren van kennis over groeven.
Groevenonderzoek
Het onderzoeken van Mergelgroeven of zaken die in de Onderaardse Kalksteengroeven
worden aangetroffen.
Groot licht
Een lamp die veel licht produceert. vgl. klein licht.
Grot
1) onderaardse uitspoeling
(mechanisch en of chemisch) door water.
2) regionaal. Onderaardse Kalksteengroeve.
Hh
Hoofdgang
Doorgaande weg in een gangenstelsel, vaak gebruikt als transportweg en als
zodanig te herkennen (karrensporen, markeringen).
Houtskool
Staafje houtskool. Om op mergel te schrijven.
Ii
het I.B.L.
Ontstaan in de jaren '80 van de vorige eeuw, tot aan de RRB. Een groepje
jongeren die er een gewoonte van maakten om de Sint Pietersberg vooral illegaal
te bezoeken. De harde kern bestond uit echte berglopers.
Illegaal/
Illegale bergloper
Bergloper zonder officiele toestemming van de eigenaar/groevebeheerder.
Afkorting: IBL.
Ingang
Zie uitgang
Jj
Kk
Kalleping1
fr. Calepin. Maastrichts: een notitieblok of
kladblok. Ook wel agenda.
Kalksteen
Gesteente dat hoofdzakelijk bestaat uit kalk.
Kalksteengroeve
Groeve waar kalksteen gewonnen wordt.
Kamer
1) doodlopende
gang in een mergelgroeve.
2) plek in een mergelgroeve waar berglopers regelmatig terugkeren.
Karrenspoor
Uitslijping overdwars. Met dien verstande dat de wielnaven op de wanden een
slijpspoor achterlaten.
Klawielke1
Haakspijker. Gewoonlijk om de lamp aan op te hangen.
Klep
Pet met klep ('cap').
Knab
Een flink stuk steen. Meestal wordt vuursteen bedoeld, maar berglopers
kunnen ook wel een zitsteen bedoelen. Hierop kun je dan in alle comfort van je
pan beer genieten.
Klein licht
Een lamp die weinig licht produceert. Handig om je mee door een berg te bewegen
als je niet zo erg wilt opvallen. vgl. groot licht.
Koleketel
Coleman, benzine vergasser van het merk Coleman. Eenvoudig in het gebruik en
behoeft weinig onderhoud ('hufterbestendig') dit in tegenstelling tot een
petromax. Een nadeel van deze koleketels is de mindere lichtopbrengst in
vergelijking met de petromakker.
Ll
Mm
Marendal
Gangenstelsels (I en II) aan de jekerzijde van de Sint Pietersberg. Afgegraven
door de ENCI.
Mergel
een gesteente met een kalkaandeel tussen de 10-50%. voor het overige deel
bestaat mergel uit klei en zand. Aangezien onze mergel uit 98% kalk bestaat is
de benaming Mergel feitelijk onjuist. Beter is om te spreken over kalksteen.
maar van de andere kant is het begrip mergel wijd en zijd verbreid en
ingeburgerd.
Mergelgroeve
Zie: onderaardse kalksteengroeve.
Mergelsnuiven
Voldoen aan de periodieke behoefte om een mergelgroeve te bezoeken.
Mijnlamp
Stevige acculamp (hufterbestendig), die langdurig licht afgeeft.
Nn
Nachtstrand
Toponiem. Zomerse trekpleister voor
berglopers.
Noord
Noordelijk gangenstelsel, Sint Pietersberg. Ook wel (neg.) 'Zandbak' of
'Bouwvalle vaan Noord' genoemd.
Oo
Obsessiegroeve
Een nog niet bezochte groeve. Vaak vanwege een deugdelijke afsluiting.
Onderaardse Kalksteengroeve
de meest accurate benaming voor mergelgroeve.
Opschrift
Een muurschrift. In de groeven worden doorgaans vier soorten opschriften
gemaakt: 1) een inscriptie of inkrassing; 2) Een koolopschrift; gemaakt door
houtskool of potlood, 3) een rötelopschrift; gemaakt met een 'rötelkrijttje', 4)
een verfopschrift; gemaakt door vetkrijt, verf, viltstift of spuitbus.
Nb. het
gebruik van spuitbus wordt door berglopers gezien als het begaan van een
doodzonde.
Pp
Pan
Beer
Een grotere hoeveelheid bier. Vroeger een stevige pint (pul), nu een fles of
blik3.
Petromakker
Zie petromax.
Petromax
Merknaam. Een petroleumvergasser met een grote lichtopbrengst. Ideaal om grote groeven
mee te bezoeken. vgl. met 'koleketel'. Nb. in kleine groeven kan de warmteafgifte overwinterende
vleermuizen storen in hun winterslaap.
Pitslamp
Zaklamp.
Plöklamp
Carbidlamp met een steel die gebruikt werd bij het champignonplukken.
Qq
Rr
Razelle
Lichaamsreactie door het gemis van een zitdingske.
Rimmetik
Beroepskwaal van blokbrekers. Artritis
Ss
Sap
Petrochemische lampenbrandstof.
Schark
Gangenstelsel aan de jekerzijde van de Sint Pietersberg.
Schnierts
Derrie.
Slavante
Slavantegangenstelsel, Sint Pietersberg. Het overgrotendeel is afgegraven door de
ENCI. Het restant is bovendien opgevuld met vliegas. Ook wel onderberg genoemd.
Sloepleeg
Lampje waarmee een bergloper zich ongezien door de berg kan verplaatsen.
Snotsneus
Olielampje.
Stalluuch
Olielamp in beschermglas. nl. 'Stormlantaarn'
Tt
Troglofiel
Liefhebber van het ondergrondse.
Uu
Uitgang
Zie ingang.
Uitgemergeld
Oorspronkelijk: een overbemest akker. Door het herhaaldelijk bemergelen, het bemesten van een akker met mergel bracht het akker op den duur steeds minder op.
Het akker raakt zo uitgeput. De moderne betekenis van uitmergelen is dan ook uitputting.
Vv
Varkensstal
Kamer in de Zonneberg. Genoemd naar een opschrift in de directe omgeving.
Vleege vaange
Blokbrekersjargon. Vooral bij het zagen van de zgn. pilaervoor is de kans
groot dat je met de knokkels van je hand de pilaar schampt en zodoende
schaafwondjes oploopt. Na een dag of zo vormt zich een raafje op het wondje en
dat lijkt op een vliegje, vandaar 'vliegen vangen'.
Vleermuis
Orde van de handvleugeligen (chiroptera). In onze contreien komen alleen de
microchiroptera voor. Ondanks hun geringe formaat zijn het reuze interessante zoogdieren die, om te overleven zomers
jagen op insecten en winterslaap houden vanaf oktober tot april. 's Zomers
dienen ze ons als vliegensvlugge insectenverdelgers. Nachtdieren die ten
onrechte in verband gebracht worden met onheil en duivels. Maar dit is bepaald
door onze westerse op het christendom geënte cultuur; in Azië daarentegen worden
vleermuizen ('Fu') gezien als geluksbrengers.2
Vossehol
Voormalige kamer in Noord. In 2006 opgevuld.
Ww
Webköster
Webmaster.
Wet van de Vierzijdige
pilaar
Een natuurkundige wet waarmee eenvoudig de uitgang, of andere lokatie van een
groeve gelocaliseerd kan worden.
Witte dame van Slavante
Een door H.K. waargenomen verschijning in de Sint Pietersberg. Verteld tijdens
een radioprogramma.
Xx
Yy
Zz
Zak
Een sub-gangenstelsel; een groepje
gangen dat slechts met een of enkele gangen verbonden is met de rest van het
gangenstelsel.
Zandbak (of zandbank?
iemand die hier meer informatie over heeft?)
Zie Noord.
Zitdingske
Een (isolatie)matje dat je gebruikt bij het zitten op een knab. Voorkomt, of
stelt uit de afkoeling van het zitvlees.
Zjwa-zwja
Een nog niet waargenomen nachtdier. Volgens een kenner steekt dit dier in de
nachtelijke uren bij de Cabergerweg over.
Zonneberg
Zonneberggangenstelsel, Sint Pietersberg. Vroeger ook wel bovenberg genoemd.
Zonnebergsyndroom
Gidsenjargon. Het idee hebben dat je geschaduwd wordt. Ontstaan in de jaren 80-90,
toen jan en alleman een sleutel had van Zonneberg en de VVV-rondleidingen
verstoord werden door (zekere) IBL-ers.
Zuid
Zuidelijk gangenstelsel, Sint Pietersberg. Nagenoeg afgegraven en/of ingestort
door 'd'n observant' de stortberg van de ENCI.
Zwaklamp
Lamp die, vanwege uitputting zeer weinig licht afgeeft. Bakken of sap erbij
verhelpt dit euvel doorgaans.
Bijdragen van Henk Blaauw, Martin Hoogerwerf, John Caris, Erik
Honée
______________________________
1. Dr. H.J. Endepols. Diksjenaer
van 't Mestreechs. Maastricht, 1985.
2. W.Schober, E. Grimmberger.
Gids van de vleermuizen van Europa, Azoren en Canarische Eilanden. Met
specifieke informatie over de vleermuizen in Nederland en België. Baarn, 2001.
p. 8-11
3. Piet van Kempen. Calepin III van oud Sint Pieter. Maastricht, 1989.
p.71
|