|
Het Houbenbergske als vleermuis- reservaat: een
unieke groeve.
- Warmte minnende
vleermuizen in een kille groeve -
|
 |
Op 22 december 2002
trof ik in het Houbenbergske een groepje van 6 slapende vleermuizen aan. Het
betreft een cluster van de
soort Myotis emarginatus. De nederlandse benaming voor deze interessante
zoogdieren is Ingekorven Vleermuis en
Wimpervleermuis1.
De mergelgroeven zijn de enige bekende overwinteringplaats van deze soort in
Nederland. Wij berglopers houden natuurlijk rekening met deze (en andere) dieren tijdens onze bergtochten.
Bij de wintertellingen worden van dit type elk jaar
in de mergelgroeven, zo'n 200-250 geteld. Maar gelukkig is dit aantal stevig
aan het toenemen. In het Houbensbergske bivakkeren elk jaar zo'n 9 –11
Ingekorven vleermuizen. Elf in januari 2001, in januari 2002 werden negen
Emarginaten aangetroffen. Evenals de voorlaatste telling van januari 2003 waren
het er ook negen. Bij de telling van 2004 was het aantal zelfs gestegen tot
twaalf.2.

lokatie van de hangplek |

Detailopname (foto: E. Honée) |
Een koude
groeve?
Waarom
kiezen deze vleermuizen juist het Houbenbergske? Het is een vleermuissoort die
een relatief warme groeve beliefd. Blijkbaar is het Houbenbergske relatief
warm. Wat wel opmerkelijk te noemen is want in 2000 is een van de oude ingangen3
opengegraven en direct weer dichtgemetseld met een betonmuur met
invliegopeningen. Daarmee werd deze mergelgroeve
een 'dynamische berg'. Luchtstromen kwamen op gang omdat koude lucht 's winters
via de horizontale ingang binnenkomt, vervolgens opwarmt en via de verticale
ingang wegtrekt. Waarmee de groeve juist afkoelt. En 's zomers is deze
natuurlijke convectie omgekeerd. Je zou verwachten dat daarmee het aantal Emarginaten af zou nemen,
maar gelukkig is dit niet het geval. Een verklaring zou kunnen zijn dat de
warme lucht zich aan het plafond verzameld. En de koude lucht beneden blijft
hangen. Dit is vaker 's
winters waar te nemen: onderste helft van de gang is mistig, bovenste helft is
helder. Bovendien ligt het gangenstelsel schuin, de ingangen liggen redelijk
laag ten opzichte van de rest van de gangen. Warme lucht stijgt en trekt dus
dieper het gangenstelsel in.
Daarnaast is de luchtcirculatie het sterkst tussen schacht en horizontale
ingang. Die liggen kort bij elkaar waarmee het in de rest van het gangenstelsel
minder ‘trekt’. Zelf
hebben de vleermuizen er ook wat op gevonden: knus tegen elkaar aan hangen!
Invliegopeningen
De Myotis emarginatus is een redelijk grote vleermuis (kop-staartlengte circa 77 tot
99mm, spanwijdte 220-245mm4) die daarom ook grote invliegopeningen nodig heeft.
De verticale ingang uit 1985 en de horizontale ingang uit 2000 bieden deze grote
invliegopeningen. De ronde gaten zijn te klein voor de ingekorven. Voor hun is
er een lage brede 'brievenbus' opening
gemaakt, circa 100x350mm.
Hetzelfde formaat als de openingen in de poorten van Zonneberg en Noord
trouwens. |

Invliegopeningen. Foto E. Honée |
Nadeel
Een nadeel bieden de Emarginaten de bergloper wel: het zijn gevoelige beestjes.
Bij de minste verstoring worden ze wakker. Dit komt door hun relatief hoge
stofwisseling in de winter. Anders gezegd: ze lopen hoger stationair dan andere
vleren en dat maakt hun prikkeliger. Dit gegeven houd in dat we de groeve echt
dicht moeten houden tussen 1 oktober en 1 april om ze
alle rust te gunnen die ze nodig hebben om te overwinteren. En dat is jammer
want de meesten van ons berglopers beoefenen onze hobby vooral in de
wintermaanden.
nawoord
Dit artikel is een bewerking van mijn eerder verschenen artikel in 2003.
Sedertdien is in de muur van de horizontale ingang een poort gemaakt. Voor mensen is het
nu een stuk gemakkelijker geworden om de groeve te
betreden.
Met dank aan:
Hans Weinreich voor de gegevens van vleermuistelgroep Loge en zijn
aanvullingen voor dit artikel.
Erik Honée, 12 november
2006
Het Houbenbergske is eenvoudig te bezoeken: maak een afspraak met de
groevebeheerder van de Stichting ir. Van Schaïk.
____________________________________
Noten
1. W. Schober,
E. Grimmberger. Gids van de Vleermuizen van Europa, Azoren en Canarische
Eilanden. (Baarn, 2001). p.130-133.
2.
John Hageman, Peter
Jennekens, Henk Ramakers, Ger Wishaupt. Het Houbensbergske uitgelicht.
in: S.O.K. mededelingen nr. 41. Kanne, december 2004. p.14
3.
Idem. p.2, 14, 17
4. W. Schober,
E. Grimmberger. Gids van de Vleermuizen van Europa, Azoren en Canarische
Eilanden. (Baarn, 2001). p.130.
Ü
Terug naar de rubriek "Artikelen"
|