|
NATUURKUNDIG ONDERZOEK:
DATERING MET BEHULP VAN DE KOOLSTOF-14 METHODE
Korte beschrijving van de methode
De koolstof-14 dateringsmethode die vaak wordt toegepast om de ouderdom van
resten van plantaardig, dierlijk of menselijk materiaal vast te stellen is in
dit onderzoek gebruikt om de authenticiteit van het handschrift van Lambier le
Pondeur te bepalen. De methode is betrouwbaar maar de nauwkeurigheid kan nog al
eens verschillen. Ook kan deze dateringsmethode dus alleen worden toegepast op
materiaal van biologische herkomst.
De koolstof-14 of kortweg C-14 dateringsmethode genoemd berust op het volgende
principe:

fig. 2 Schematische weergave van het ontstaan van koolstof-14 en de opname in de
voedselketen (tekening Stefan Graatsma)
Door kosmische straling in de hogere luchtlagen ontstaan kleine hoeveelheden van
het zogenaamde koolstof-14 of C-14. Deze radioactieve stof, ook wel isotoop
genoemd, is instabiel en vervalt in de loop der tijd.
Maar door constante aanmaak in de hogere luchtlagen blijft de hoeveelheid C-14
in de atmosfeer constant. Samen met het "gewone" koolstof-12 of C-12 wordt het
C-14 in de vorm van kooldioxide of CO2 door bomen en planten opgenomen. Door
dierlijke en menselijke consumptie komt het C-14 in de voedselketen terecht.
Door voortdurende uitwisseling in het stofwisselingsproces blijft de hoeveelheid
C-14 in levend materiaal door de tijd constant. Dus ook de verhouding C-12 :
C-14 blijft constant... echter tot de dood optreedt en de stofwisseling stopt.
Vanaf dit moment wordt het C-14 niet meer vervangen en neemt door verval dus af.
De verhouding C-12 : C-14 verandert. Met de dood begint als het ware een
tijdklok te tikken: hoe minder C-14 t.o.v. het C-12 hoe ouder het materiaal is.

fig. 3 Complexe meetapparatuur; de atomaire massaspectrometer (AMS) (foto
Leibniz Labor, Kiel) |
In een gespecialiseerd centrum voor isotopenonderzoek, in dit geval het Leibniz
Labor für Alterbestimmung und Isotopenforschung van de
Christian-Albrechts-Universität in Kiel, wordt de snelheid van het radioactieve
verval met complexe apparatuur bepaald.
Uit het aantal per tijdseenheid vervallen koolstof-14 atomen kan dit
laboratorium nu exact het aantal nog aanwezige koolstof-14 atomen berekenen. Uit
de wetmatigheid van het radioactieve verval kan de verstreken tijd worden
afgeleid. De tijdklok wordt afgelezen. |
De uitvoering
Het houtskool waarmee Lambier in 1468 zijn boodschap op de mergelwand
schreef is naar we mogen aannemen afkomstig van biologisch materiaal uit die
tijd. Het is bekend dat middeleeuwse schilders en tekenaars houtskoolstaafjes
gebruikten afkomstig van verkoolde wijnranken. Die werden tot stokjes gesneden
en in klei ingebed, langzaam gedroogd en tenslotte in een vuur verkoold tot
houtskool. (zie afbeelding)

fig. 4 Wijnrankstokjes in klei ingebed. |
Door dit proces verandert de hoeveelheid koolstof-14 atomen niet. Ook voor de
wijnrank geldt: op het moment van het afsnijden van het takje stopt de
voortdurende vernieuwing van het koolstof-14 en begint het verval.
De ragfijne streepjes van het handschrift doen vermoeden dat Lambier gebruik
maakte van een dunne houtskoolstift die hij bij zijn bezoek aan de groeve
bij zich had. Dat zou zo'n verkoolde wijnrank kunnen zijn geweest en daardoor
geschikt om een C-14 datering mee uit te voeren.
Niet eerder werd de ouderdom van een houtskooltekening of -handschrift in een
Limburgse mergelgroeve met de C-14 methode vastgesteld. Het was dus noodzakelijk
aan te tonen of de methode daarvoor geschikt is. De datering van een
houtskoolhandschrift met het jaartal 1468 leek dubbel interessant. Immers uit
een geslaagde datering kan worden afgeleid of de tekening authentiek, uit die
tijd stamt. Maar een geslaagde datering zal ook betekenen dat de C-14 methode
gebruikt kan worden voor de datering van andere met houtskool gemaakte tekens of
tekeningen in mergelgroeven.
Voor een datering is een hoeveelheid van minstens 0,5 mg houtskool nodig die
van de tekst moet worden afgenomen. Dat moet zeer voorzichtig gebeuren
zonder dat het handschrift zichtbaar beschadigd wordt. Die taak was in
veilige handen bij René Hoppenbrouwers, restaurateur en medewerker van het
Restauratie Atelier Limburg in Maastricht. Hij kon er bij de monstername
voor zorgen dat de tekening onbeschadigd bleef. Uiterst voorzichtig is met
een mesje een zeer kleine hoeveelheid houtskool van de tekening afgenomen. Het materiaal is vervolgens in
een monsterflesje opgestuurd naar het isotopen laboratorium in Kiel.
|
Resultaten en vervolgonderzoek
Met de complexe apparatuur van het laboratorium is de verhouding C-12 : C-14
zeer nauwkeurig gemeten en daaruit de ouderdom berekend. Na enkele weken al
krijgen we de uitslag: het houtskool is afkomstig uit een periode omstreeks 1430
met een nauwkeurigheid van plus of min 25 jaren. Het takje waar
hoogstwaarschijnlijk het houtskool van werd gemaakt is dus tussen 1405 en 1455
afgesneden. De ouderdomsbepaling is, zoals al eerder vermeld niet nauwkeurig
maar wel betrouwbaar2.
Het experiment is geslaagd: het opschrift is inderdaad authentiek én het is nu
duidelijk dat deze dateringsmethode gebruikt kan worden om andere
houtskooltekeningen en -opschriften in mergelgroeven te dateren.

fig. 5 Monstername van het
handschrift (foto Max Wijnen)
De dateringsmethode werd spoedig daarna - eveneens met succes - toegepast voor
de datering van enkele middeleeuwse tekeningen uit de Sint Pietersberg die door
enkele medewerkers van de Radboud Universiteit in Nijmegen kunsthistorisch
worden onderzocht.
Een deel van deze tekeningen zijn op de plafonds van de groeve met roetende
lampjes aangebracht. Datering van dit roet, afkomstig van plantaardige olie of
dierlijk vet, leverde aanvankelijk problemen op. Om voldoende roet voor een
geslaagde datering te verzamelen bleek het noodzakelijk om een beroet vlakje van
ongeveer tien bij tien centimeter af te schrapen. Die hoeveelheid roet
afschrapen zou een ernstige beschadiging van de tekeningen tot gevolg hebben en
dat mag niet gebeuren met een middeleeuwse tekening. Een zinvol alternatief was
de datering van een roetvlek die zich in de nabijheid van de tekening bevindt en
waarschijnlijk uit dezelfde tijdsperiode als de roettekening afkomstig is. De
talloze roetvlekken op de plafonds van mergelgroeven zijn afkomstig van
olielampjes die de blokbrekers bij de ontginning gebruikten en dus ontstaan bij
de mergelwinning op die betreffende plaats.
Voor de monstername op het plafond moest een steiger van 8 meter hoogte gebouwd
worden; dat kostte nogal wat moeite. De succesvolle datering wees uit dat de
roetvlek afkomstig is uit de periode 1375 - 1420. Dit resultaat bevestigt de
kunsthistorische datering van de in de nabijheid aangebrachte plafondtekeningen.
Ook opende deze datering een perspectief naar nader onderzoek van de
ontginningsgeschiedenis van de vele Limburgse mergelgroeven. Datering van
roetvlekken zijn ontstaan op het moment van ontginning van de betreffende plek
in de groeve. Datering ervan kan ons informatie verstrekken over de voortgang van het
ontginningsproces. De datering kan daarmee een nuttige bijdrage leveren aan het
historisch onderzoek van de mergelwinning.
Conclusies:
- De datering van het houtskool van het handschrift van Lambier le Pondeur heeft
aangetoond dat het handschrift authentiek is en afkomstig is uit de late
middeleeuwen.
- Koolstof-14 datering van houtskooltekeningen en roetvlekken in mergelgroeven
is een betrouwbare methode en kan een waardevol hulpmiddel zijn bij het
onderzoek naar de ontginningsgeschiedenis van mergelgroeven.
Þ
volgende
Ü
terug
Þ
snelkeuzemenu
Ü terug
naar de rubriek "artikelen"
|
|