|
Thomas Dominicus Regout
- bezoeker opgespoord -

afb. 1. het opschrift in de
Zonneberg
‘Bezoekers opgespoord’ is een door
John Caris in het leven geroepen rubriek in de S.O.K. info, het ledenblad van de
Studiegroep Onderaardse Kalksteengroeven. Een rubriek die niet alleen Caris maar
ook andere sokleden de gelegenheid geeft om opschriften van beroemde of minder
beroemde personen voor het voetlicht te brengen. In dit artikel iets over een
bezoeker die ik heb opgespoord. In deze beschrijving wil ik niet alleen ingaan
op de maker van het opschrift, Thomas Regout, industriëel te Maastricht maar ook
bij de negatieve beeldvorming over de ‘Regouts’ een paar kanttekeningen plaatsen.
In de parallelgang naast de ‘Bloemenweg’ staat op de hoek van een pilaar een
opschrift in ‘rood krijt’ van Thomas Regout uit 1842. Twee pilaren verwijderd
van de ‘dikke pilaar’ aan de bloemenweg. In deze gangen staan veel opschriften
uit de eerste helft van de negentiende eeuw. Het moet een plek zijn geweest waar
berggidsen hun bezoek het toestond hun naam te vereeuwigen. Want het staat er
vol met soortgelijke opschriften van bekende en minder bekende personen.

afb. 2. de lokatie van het opschrift
in het Zonneberggangenstelsel van de Sint Pietersberg |
Het opschrift
van Thomas Regout is helaas zwaar beschadigd en gedeeltelijk onleesbaar
geworden. Het ziet er nogal ‘uitgewreven’ en verweerd uit. Over de oorzaak
van deze beschadiging valt niks met zekerheid te zeggen. Vermoedelijk
hebben mensen tegen de muur geleund en zo die opschriften uitgeveegd. Een
mogelijke verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat dit gebruikssporen zijn
van vluchtelingen die tijdens de bevrijding van Maastricht, tussen 4 en 14
september 1944 hier in deze gangen verblijf hielden.1
Er staan veel andere aanwijzingen in de aanpalende gangen die op dit
gebruik duiden. Een andere mogelijke verklaring voor de verwering zou
tocht kunnen zijn. De inscripties zouden dan zijn verweerd in de tijd dat
door de afgraving van de ENCI een flinke tocht is ontstaan in dit deel van
het gangenstelsel. Door de bouw van de ‘ENCI-muren’ is het resterende
gangenstelsel gevrijwaard van excessieve verwering.
Een beladen naam
De naam Regout kent al decennia een beladen
invulling door de slechte werk- en woonomstandigheden die de arbeiders van
Regout |
kenden. Dat deze woon- en werkomstandigheden
weinig florissant waren behoeft geen betoog. Ook een van mijn voorouders,
Hubertus Vincentius Honée, was werkzaam voor Regout als meester glasslijper in
de glasfabriek. Hij kende die uitzichtloze werkomstandigheden als zovelen, maar
heeft die als ‘meester’ waarschijnlijk niet persoonlijk aan den lijve
ondervonden. Vaklui met een opleiding werden beter betaald en bezaten een hogere
sociale status.
Een eenzijdige beeldvorming
Het probleem betreffende de
negatieve beeldvorming van Regout is tweeledig. Enerzijds moeten we waken voor
generalisaties. Dat wil zeggen dat wat de ene Regout fout gedaan heeft, niet
automatisch ook de andere leden van die familie verkeerd gedaan hebben. Dat de
uitkomsten van de Parlementaire Enquête in 1887 2 Petrus Alexander
Regout terecht in een verkeerd daglicht stelde wil niet automatisch inhouden dat
zijn vader, Petrus Laurentius Regout ook gemeen en harteloos was. Waarschijnlijk
heeft de lezer ondertussen ontdekt dat er meerdere leden van dezelfde familie
ondernemer waren. En als zeven(!) leden dezelfde naam hebben levert dat grote
verwarring op. Daarnaast waren nog andere leden van die familie gelijktijdig of
successievelijk actief als ondernemer. Een van hen was Thomas Regout.
Een ander referentiekader
Anderzijds moeten we opletten
om deze geschiedenis van toen te bekijken (en te beoordelen) door een moderne
bril. Als we vandaag de dag kinderen van 12 jaar in een fabriek werkdagen laten
maken van 14 uur voor een 8 cent per uur dan is dat erg wreed en gelukkig ook
bij wet, via het ‘kinderwetje’ van Van Houten, verboden. Maar als we ons
verplaatsen naar het verpauperde Maastricht aan het begin van de 19de eeuw dan
kunnen we niet ontkennen dat de fabrieken van Regout in die tijd ook hebben
bijgedragen aan de werkgelegenheid en dus de Maastrichtse bevolking de
mogelijkheid gegeven hebben om zelf te voorzien in hun eerste levensbehoeften.
Die verpaupering zette in vanaf de tweede helft van de 18de eeuw. Maastricht was
toen nog een vestingstad met een garnizoen. Maar het garnizoen
was stilaan ingekrompen van circa 6000 soldaten tot ongeveer 2800 soldaten in
1830. Er was voor de Maastrichtse schoenlappers, bierbrouwers, kroegbazen enz.
steeds minder te verdienen aan de soldaten. Metselaars, blokbrekers,
timmerlieden verrichtten onderhoudswerkzaamheden aan de vesting die eigenlijk
constant opgelapt moest worden. Maar echt scheutig met orders was de leiding der
vesting nooit, eigenlijk alleen als er sprake was van een acute oorlogsdreiging.3
De aanleg van de Tongersesteenweg van Luik naar Tongeren, had tot gevolg dat het
Luikse verkeer niet langer hoofdzakelijk via de Maas liep. Maastricht viste
achter het net en verdiende niets meer aan dit handelsverkeer.
Daarnaast waren de gevolgen van de Franse overheersing (1794-1813) nog merkbaar
in Maastricht. In 1830 waren 7000 Maastrichtenaren, dat is eenderde van de
inwoners geheel afhankelijk van het Burgerlijk Armbestuur.4
Een jongedame die in 1839 de stad bezoekt schrijft in haar dagboek:
“Maastricht levert anders niets fraais op er heerscht veel armoede ten gevolge
het 9-jarige verkeer in staat van beleg. Er wordt veel gebeedelt en men kan
geene voet verzetten of men wordt gevraagd.”5 In
deze omstandigheden zullen mensen graag aan de slag gegaan zijn in een van de
fabrieken van de Regouts. De slechte werkomstandigheden werden voor lief
genomen. Op dit punt is een parallel verschijnsel met de ‘offers’ die de
arbeiders na 1945 bij de wederopbouw graag gemaakt hebben om Nederland er weer
bovenop te krijgen. Lage lonen en hard werken werd toen ook zonder te
protesteren voor lief genomen want deze mensen konden niet alleen terugzien op
een gruwelijke wereldoorlog maar ook op de lange periode van economische crisis
waarin de wereld ondergedompeld was sinds de beurskrach van de New Yorkse beurs
op ‘zwarte donderdag’ 24 oktober 1929. Kortom moet je oog hebben voor de
geest-des-tijds van toen voordat je een oordeel velt.
Jong geleerd, oud gedaan
Bovendien is ons besef dat
kinderen echt kinderen zijn, en dus anders dan volwassenen, een modern besef. In
de vroeg moderne tijd werden kinderen gezien als kleine volwassenen of in elk
geval vanuit het uitgangspunt ‘jong geleerd is oud gedaan’. In de zestiende en
zeventiende eeuw moesten kinderen ook al lange dagen werken, hoewel ze minder
zwaar werk kregen toebedeeld dan volwassenen. In de moderne tijd groeide stilaan
het besef dat kinderen anders behandeld moesten worden.6
Dit leidt in Nederland tot het beroemde ‘kinderwetje’ van Samuel van Houten
(1874). Dat er weinig veranderde door deze wet leidde tot een Parlementaire
Enquête in 1887 waarbij de werkomstandigheden van een aantal Nederlandse
bedrijven onderzocht werden. Dat de Maastrichtse bedrijven zeker niet werden
overgeslagen spreekt voor zich. In tegenstelling tot de aardewerk- en
glaswerkfabrieken van zijn broer was er op de werkomstandigheden in de fabriek
van Thomas weinig aan te merken! Maar dat hebben de stichters nooit mogen
meemaken; Petrus Laurentius Regout overleed in 1878 en Thomas Dominicus al in
1862.

afb. 3. Thomas Regout geportretteerd |
Wie was Thomas Regout?
Thomas Dominicus Regout werd geboren op 17 maart 1805 te Maastricht en is aldaar
overleden op 4 juli in 1862. Hij ligt begraven op de openbare
begraafplaats aan de Tongerseweg. Zijn vader is Petrus Leonardus Dominicus
Regout, zijn moeder Maria Nijsten. Het gezin brengt vijf kinderen voort;
de bekende oprichter van de aardewerkfabriek: Petrus Laurentius Regout
(1801-1878), Johannes Thomas Regout (1803-1871) en de hoofdpersoon in deze
beschrijving: Thomas Dominicus Regout (1805-1862). Twee kinderen
overlijden op zeer jonge leeftijd.7 Thomas huwde
met Jeannette Ghijsen en kreeg zeven nakomelingen. Twee zonen: Theophile
(1835-1890), Oscar Regout (1-4-1849-…) en 5 dochters: Marie Leonie
(1838-6.2.1906), antoinette (…-…), Ernestine (1847-9.6.1930), Caroline,
Victorine(1844-16.6.1908).
Industriëel, uit een
ondernemend nest
Voor het
eerst in 1834 wordt Thomas’ naam vermeld als hij mede-eigenaar wordt van de
spijkerfabriek van P. Regout en J.G. Lambriex. Daarna genoemd: ‘de Nieuwe
Nederlandsche spijkerfabriek van P. en T. Regout en J.G. Lambriex te
Maastricht’.8 Dat deze fabriek opgericht werd in 1834
is een opmerkelijke zaak; midden in de roerige tijden van de Belgische Opstand
(1830-1839). Dit speelde Thomas en consorten in de hand want de ‘Hollanders’
wilden niet langer afhankelijk zijn van de Waalse spijkerfabrikanten en
bovendien de inwoners werkgelegenheid bieden. Men moet zich realiseren dat door
het instellen van het ‘cultuurstelsel’ in Nederlands-Indië een grote vraag was
ontstaan naar spijkers. Spijkers waren een belangrijk bouwmateriaal voor de
houten vloot van de Nederlandse Handel-Maatschappij (NHM). Deze maatschappij
handelde in koloniale waren. De Verenigde Oostindische Compagnie, de V.O.C. was
in 1798 failliet gegaan.
|
Om Nederlands-Indië weer winstgevend te maken
had de Nederlandse overheid het cultuurstelsel ingevoerd in 1830. De Javaanse
‘inlanders’ werden verplicht om 1/5 van hun akkerland te verbouwen met gewassen
die Nederland verplicht gesteld hadden. Koffie, tabak, suiker en indigo. Deze
producten moesten dan als pacht afgestaan worden. Zo kwam Nederland gratis aan
deze producten. Die werden door de NHM naar Nederland vervoerd en hier met een
aardige winst verkocht. Al in 1831 boekte de NHM een behoorlijke winst! Maar de
misstanden die hieruit voortvloeiden werden pas veel later pakkend beschreven in
Multatuli’s ‘Max Havelaar, of de koffieveilingen der Nederlansche
Handelmaatschappij’, uitgegeven werd in 1859.
Door middel van subsidies en de bemoeienissen van de overheid kon de
spijkerfabriek haar productie en marktgebied vergroten.9
Een contract met de Nederlandse Handel-Maatschappij boorde ook het afzetgebied
van Nederlands-Indië aan. Maar in 1843 was het alweer droevig gesteld met de
fabriek. Lambriex en Petrus Regout stapten uit en Thomas ging alleen verder.10
Met succes overigens want de fabriek bestaat nog steeds.

afb. 4. De familie Thomas Regout in 1844.
In het midden de schoonmoeder van Thomas.

afb. 5 en 6. Het graf van Thomas Regout
op de Algemene Begraafplaats aan de Tongerseweg. “a la memoire de Thomas
Regout. Industriel. Membre de la fabrique de st. Mathias et de conseil
communal de Maestricht décéde le 4 juillet 1862 a l’age de 57 ans. R.I.P.
(Requiescat in Pace).”
Noot: aan de noordzijde staat vermeld dat Thomas de stichter is van de
spijkerfabriek. Dit is onjuist. Deze fabriek is opgericht door Petrus
Laurentius Regout en J.G. Lambriex. Thomas kwam er kort na oprichting bij. |
 |
Een uitstapje in 1842
Met welke bedoelingen Thomas Regout en
gezelschap in 1842 de berg in ging is, zoals zovaak, op dit moment niet te
achterhalen. Waarschijnlijk gewoon als toerist want de Sint Pietersberg is al
eeuwenlang een toeristische trekpleister, en is letterlijk wereldberoemd.
Bezoekers waren hoofdzakelijk welgestelde mensen, die zich een reis en een
geleid bezoek konden permitteren. De talloze authentieke opschriften die de
muren sieren is een van de aantrekkelijkheden die het brengen van een
ondergronds bezoek waard maakt. En misschien zonder het zelf te beseffen heeft
hij door zijn bezoek voor een nieuwe attractie gezorgd; namelijk het opschrift
van Thomas Regout zelf. Laten we er zuinig op zijn.
Erik Honée
Met dank aan John Caris en Max Wijnen voor het
kritisch doorlezen van de tekst.
____________________________________
Noten:
1. D.C. van Schaïk. Maastricht en de Sint Pietersberg. Heer, 1948. P.43
2. “Enquête betreffende de werking en uitbreiding der wet van 19 september 1874
(Staatsblad no. 130) en naar den toestand van fabrieken en werkplaatsen”. Uit.
J. Baars. Kinderarbeid in Nederland. Cultuurwijs.nl, 24 maart 2004. in:
http://www.cultuurwijs.nl/cultuurwijs.nl/cultuurwijs.nl/i000907.html gezien op 7
april 2007.
3. L.J.Morreau. Bolwerk der Nederlanden. De vestingwerken van Maastricht
sedert het begin van de 13de eeuw. Assen, 1979. p. 233
4. E.J.G. van Royen. 150 jaar Thomas Regout N.V. Geschiedenis van een
Maastrichts metaalverwerkend bedrijf 1834 -1984. Maastricht, 1984. p.21.
5. H.J. Versfelt. Een reisje naar België in 1839. Gieten, september 1997.
p.60
6. H. Peeters, L. Dresen-Coenders, T. Brandenbarg (red.). Vijf eeuwen
gezinsleven. Liefde, huwelijk en opvoeding in Nederland. Nijmegen, 1994.
p.143,144
7. Dr. A.J.Fr. van Maenen. p. 81 ev.
8. Idem. p. 153
9. Dr. A.J.Fr. van Maenen. p. 152.
10. Dr. A.J.Fr. van Maenen. p. 150-180
Bronnen:
J. Baars. Kinderarbeid in Nederland. Cultuurwijs.nl, 24 maart 2004. in:
http://www.cultuurwijs.nl/ cultuurwijs.nl/cultuurwijs.nl/i000907.html gezien op
7 april 2007.
Dr. A.J.Fr. van Maenen. Petrus Regout 1801-1878. Bijdrage tot de
sociaal-economische geschiedenis van Maastricht nr. VII. Nijmegen, 1959.
L.J.Morreau. Bolwerk der Nederlanden. De vestingwerken van Maastricht sedert
het begin van de 13de eeuw. Assen, 1979.
H. Peeters, L. Dresen-Coenders, T. Brandenbarg (red.). Vijf eeuwen
gezinsleven. Liefde, huwelijk en opvoeding in Nederland. Nijmegen, 1994.
E.J.G. van Royen. 150 jaar Thomas Regout N.V. Geschiedenis van een
Maastrichts metaalverwerkend bedrijf 1834 -1984. Maastricht, 1984.
D.C. van Schaïk. Maastricht en de Sint Pietersberg. Heer, 1948.
H.J. Versfelt. Een reisje naar België in 1839. Gieten, september 1997.
Fotoverantwoording:
Afbeelding 1. Erik Honée, gemaakt op 6 januari 2006 in de Zonneberg, Sint
Pietersberg.
Afbeelding 2. bewerking Erik Honée
Afbeelding 3 E.J.G. van Royen. 150 jaar Thomas Regout N.V. Geschiedenis van een
Maastrichts metaalverwerkend bedrijf 1834 -1984. Maastricht, 1984. De schilder
is onbekend, het schilderij bevind zich in het Sociaal Historisch Centrum in
Limburg.
Afbeelding 4. idem.
Afbeelding 5 en 6. Erik Honée dd 13 april 2007
Ü
Terug naar de rubriek "Artikelen"
|
|